Gegijzeld door Anorexia: mijn ervaring

Zembla zond gisteren een special uit over meisjes met Anorexia bij wie de hulpverlening compleet vastloopt. Dichterbij kon deze aflevering niet komen. Ik mag echt van geluk spreken dat ik hier, met “Anorexia – volledig in remissie” in mijn dossier, deze blog kan tikken. En dat is echt niet aan de hulpverlening te danken.

De aflevering
De aflevering gaat over meisjes, en in een aantal gevallen over de ouders van meisjes die aan de ziekte overleden zijn, die te horen kregen dat ze ‘uitbehandeld’ zijn. Terwijl de behandeling zich alleen maar gericht heeft op de fysieke kant: op gewicht komen. “Somatisch opknappen“, is hoe een van de moeders het beschrijft. Maar liefst drie van de meisjes in de aflevering hebben autisme. Maar daar kan de behandeling zich niet op richten, want “dat is een andere afdeling, dan moet u compleet een nieuwe procedure starten en dan doe je een aanvraag voor behandeling van autisme”. Want ja, zo werkt dat. NIET DUS.

Mijn ervaring
Zelf ontwikkelde ik rond mijn elfde anorexia, toen ik op de middelbare school zat. Een aantal jaar later liep dit zo uit de hand dat ik weg moest bij de gespecialiseerde psycholoog en diëtiste, en naar kliniek Rintveld werd doorgestuurd. Een kennis sprak mijn moeder aan voor een moeilijk bericht: ze dacht dat ik autisme had. Ze had al langer vermoedens, maar wilde zich niet zomaar ermee bemoeien, maar ze was kort daarvoor naar een congres geweest over de link tussen autisme en anorexia bij meisjes en móest het nu dus wel delen. Maar tijdens de intakeprocedure bij de kliniek werd hier allesbehalve goed mee omgegaan. De psychiater aan wie mijn moeder dit vertelde gaf aan dat dit “echt heel erg was om over je dochter te zeggen” en dat het een “levenslange beperking is waar je je hele leven last van zou houden”. Daarmee was het afgedaan: dit was niet zo, ik had anorexia en moest eerst op gewicht komen, voor er verder gekeken kon worden.

Tijdens mijn acht maanden durende behandeling bij de kliniek (en jaren van APK, oftewel: anorexia periodieke keuring > JA ECHT) is het gesprek over autisme nooit meer gevoerd. Terwijl er achteraf gezien zo veel signalen waren: mijn beperkte omgang met de andere meiden, de feedback (die in groepsverband werd gegeven: thanks…) dat ik te kritisch was naar anderen en te weinig empathisch, de paniek als ik niet op mijn vaste stoel in de hoek mocht zitten, de behoefte aan structuur en duidelijkheid, de discussies met hulpverleners als er iets niet 100% klopte… Allemaal signalen dat er bij mij sprake was van autisme, maar het werd niet opgepikt.

Tijdens een module rondom zelfvertrouwen moesten we tijdens de eerste sessie een eigen motto bedenken. Mijn motto was “Anders is ook goed“. Ik wist namelijk al jaren dat ik anders was dan anderen, ik wist alleen niet waarom. Maar tijdens de tweede sessie werd mij medegedeeld dat ze dit in het team hadden besproken, en tot de beslissing waren gekomen dat dit geen goed motto was, omdat ik daarmee beaamde dat ik anders was, en dat was niet oké. Jaren later doet terugdenken aan dit moment nog steeds pijn.

Focus op eten
Bij de Zembla-aflevering komt dé psychiater die de vermoedens van mijn moeder direct de kop indrukte aan het woord. Ze benadrukt nog eens dat ze eigenlijk nog steeds niet weten welke route geschikt is voor welke patiënt, maar dat ze “in elk geval iets moeten met dat gewicht”. Niet omdat ze niet denken dat er geen andere dingen zijn die mee kunnen spelen, maar omdat dat gewicht omhoog krijgen de basis is waarop je weer gezond kunt worden. “Als het in het begin voortdurend over eten gaat omdat dat is waar de patiënt zich vooral mee bezighoudt, dan gaat het daarover. Dan kun je eigenlijk van de patiënt niet verwachten dat die allerlei andere redeneringen die daar achter liggen, die daaronder liggen, misschien aanleiding zijn geweest, dat die daar goed over na kan denken.” Nee, dat kun je als je zo ziek bent niet. Daarom moet de hulpverlening dit doen.

In de aflevering zitten bovendien (ouders van) meerdere meisjes waarbij het autisme al bekend was bij de hulpverlening, maar waar dit alsnog compleet genegeerd wordt in de ‘behandeling’. Want je komt naar de eetstoorniskliniek voor je anorexia, en dan laat je je autisme maar even thuis.

Verloren jaren
Aan een van de meisjes die aan het woord komt, bij wie pas ná jarenlange behandeling voor anorexia de diagnose autisme is gesteld, wordt gevraagd hoe het nou toch kan dat die diagnose dan pas zo laat gesteld is. “Daar kan ik zelf ook heel verdrietig en boos over worden.” Dan vragen ze of ze dit later nog met ze (de hulpverleners bij de kliniek) heeft kunnen bespreken. “Nee. Ik durf zelfs niet eens in de buurt van het gebouw te komen, omdat het zo’n steek is en het zo’n pijn doet wat daar is gebeurd.” Er is een hoop kostbare tijd verloren gegaan. “Als het eerder gezien was, had ik misschien niet eens een eetstoornis hoeven ontwikkelen.”

En dat is het precies. Al die jaren, al die pijn… Er was mogelijk zoveel bespaard gebleven als het eerder ontdekt was. En dan ben ik nog een van de ‘gelukkigen’ die slechts haar tienerjaren heeft moeten missen, die nu alleen nog tegen soms opkomende restjes van de anorexia moet vechten, die lichamelijk grotendeels hersteld is (al zullen bepaalde lichaamsfuncties mogelijk eeuwig beschadigd blijven). Andere meisjes zijn er niet meer, doordat alleen de anorexia gezien werd.

“Als we bij meisjes ook op eerdere leeftijd autisme ontdekken, dan kunnen we daar de aandacht op richten en lopen we kans dat we dit soort complexe problematiek, de combinatie van autisme met eetstoornissen, minder gaan krijgen.”

Je kunt de aflevering van Zembla hier terugkijken.

Continue Reading

Psychomotorische therapie en autisme

Sinds eind 2018 volg ik psychomotorische therapie, ofwel PMT, bij Altrecht. Dit is een therapie voor waarbij psychische problemen aangepakt worden door te werken met het lichaam. In eerste instantie schrok ik hiervan: ik ben door en door een denker, en zie mijn lichaam dan ook vaak als ondergeschikt aan mijn hoofd. Bovendien was mijn enige ervaring met PMT de behandeling die ik kreeg in de Anorexia-kliniek, waarbij de focus lag op lichaamsbeeld en je lichaam voelen. Niet echt problemen die ik nu kon linken aan behandeling voor mijn autisme…

Waarom dan toch PMT bij autisme?
Een probleem waar ik tegen blijf vechten is overprikkeling en daardoor veroorzaakte vermoeidheid. Mijn hoofd raakt overvol en er komt kortsluiting. Wat zorgt voor heel veel symptomen: vermoeidheid, angst, paniekaanvallen, maar ook hoofdpijn, spierpijn en flauwvallen. Dit maakt dat ik mijzelf vaak veel moet beperken: minder uren werken, minder sociale contacten, minder uitjes dan ik zou willen. En dan nog overkomt het me vaak. Overprikkeling is dan ook een van de belangrijkste onderwerpen bij therapie voor mij. Maar praten over overprikkeling, dat doe ik nu al jaren… En natuurlijk is er wel progressie, maar ik denk dat er meer mogelijk is!

Mijn ervaringen met PMT
Vol spanning kwam ik de gymzaal binnen. Al vanaf jongs af aan ben ik geen fan van gymzalen: ik had astma én ben slecht in groeps- en balspellen. Tegenwoordig blijf ik fit dankzij yoga en fitness, maar een teamsport zal je me niet snel zien doen. De therapeut had echter direct mijn spanning door. We gingen zitten op gymballen en ik mocht uit een doos met allerlei soorten kleine ballen iets pakken om vast te houden. Een beetje wiebelend op de bal met een puntige stressbal in mijn handen zakte de spanning vrij snel, iets wat op een gewone stoel in de behandelkamer niet lukt.

Gedurende de sessies experimenteren we met verschillende materialen en ballen, terwijl de therapeut tijdens het meedoen observeert. Al snel ontdekten we dat het doen van evenwichtsoefeningen, bijvoorbeeld op een balanskussen, mij helpt om te gronden. Zodra ik een opdracht krijg, verzint mijn hoofd daar allemaal regels bij, een beeld van “hoe het moet”, en raak ik gefrustreerd als dit niet lukt. Terwijl… de therapeut helemaal geen regels heeft gegeven! Zo moest ik bijvoorbeeld een bal tegen de muur slaan en weer opvangen. Simpele opdracht, zou je denken. Mijn hoofd bedacht automatisch de volgende regels:

  • Ik moet de bal onderhands gooien
  • De bal mag niet op de grond stuiteren
  • De bal moet telkens op dezelfde plek de muur raken
  • Ik moet de bal met één hand opvangen
  • Ik moet tellen hoe vaak dit lukt tot ik een van de regels verbreek

Mijn hand-oog-coördinatie laat nogal wat te wensen over, dus mijn telling bleef laag en ik moest steeds opnieuw bij 1 beginnen. Oftewel: frustratie. Toen we de oefening gingen bespreken merkte de therapeut haar observaties op, en probeerde ik te vertellen wat er in mijn hoofd gebeurde. Aan de hand van een schema op een whiteboard dat ook in de gymzaal hing, werkten we uit wat er gebeurde. Daarna probeerden we de oefening nog eens, waarbij ik heel bewust probeerde te zijn van regels die mijn hoofd bedacht en mijn reactie hierop. Dit bewustzijn hielp me om de opdracht te doen: gewoon, die bal gooien, niks meer of minder.

En… helpt dat dan?
Nou denk je misschien: ja, leuk, maar hoe zal dat je helpen in je dagelijks leven? Ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf ook vaak deze gedachte heb. Bij het cognitief uitwerken van situaties, gevoelens en gedachten ligt het dagelijks nut immers een stuk meer voor de hand dan bij het gooien van een bal. Ik merk echter al wel effecten!

Zo merk ik dat het incorporeren van oefeningen waarbij ik bewust word van mijn lichaam helpt om te merken wanneer de spanning hoog is, iets wat ik al ontdekt had bij yoga en meditatie. Maar wat PMT me nu al gebracht heeft is praktische oefeningen die ik kan gebruiken om die spanning dan ook gelijk wat te laten zakken! Zo heb ik een balanskussen aangeschaft (35 euro bij de sportwinkel, 5 euro bij de Action) waar ik zo nu en dan op ga staan om die verbinding met de grond weer even te voelen. Ook zit ik achter mijn bureau op een gymbal om gedurende de dag wat minder stijf te zitten en door deze lichte bewegingen stress te laten gaan. Verder helpen oefeningen zoals hierboven beschreven met het gooien van de bal om inzicht te krijgen in wat ik doe, en dit eerder door te hebben dan mij met cognitieve therapie lukte. Met cognitieve therapie kon ik ná een gebeurtenis wel ontdekken wat er nou gebeurde en wat dat met me deed, maar daar heb je op het moment suprême vrij weinig aan. Door tijdens de PMT in mijn lichaam te voelen wat er gebeurt, herken ik dit sneller wanneer het daarbuiten, in de ‘echte wereld’ gebeurt.

Zou ik PMT aanraden bij autisme?
Persoonlijk denk ik dat therapie bij autisme moet beginnen met psycho-educatie en cognitieve therapie. Dit zijn beiden veel gebruikte behandelvormen die mij heel veel geholpen hebben om inzicht te krijgen in wie ik ben en waarom ik doe wat ik doe. Zelf associeerde ik psychomotorische therapie vooral met kinderen of mensen met een verstandelijke beperking, of breder: mensen die beter leren door te doen dan door te denken. Niet een groep waar ik mijzelf toe zou rekenen. Maar mijn ervaring met PMT tot nu toe heeft mij al wel laten zien dat het júist ook voor mensen die in hun hoofd leven veel kan betekenen. Ik sta zelf nog aan het begin van mijn traject, maar merk nu al subtiele effecten in mijn dagelijks leven en ik ben dus zeker benieuwd wat PMT mij verder nog kan brengen. Dus mijn advies? Ervaar het eens in je eigen lichaam…

Continue Reading

Zoeken naar mezelf

Daar ben ik weer. Ik merk dat hoe langer ik niet schrijf, hoe moeilijker het wordt om terug te komen.
Ik probeer me daar nu niet door af te laten schrikken, en schrijf dus omdat ik dat wil en misschien wel nodig heb.

De afgelopen tijd is moeilijk geweest. Terwijl er grote veranderingen in mijn leven plaatsvinden (wisseling van baan en het kopen van een huis) was er een psychiater die besloot dat ik misschien toch geen autisme had.

Misschien toch geen autisme?!
Dit maakte mij ontzettend in de war. Een psychiater, die weet waar hij het over heeft. Dus als een psychiater zegt: “he wacht eens, dat lijkt meer op ADHD in combinatie met burnout, angststoornis en depressie”, is dat dan niet zo?
Tegelijk kwam de term “borderline” steeds meer ter sprake. Direct naar mij, maar vooral onderliggend in mijn dossier, waar ik toch wel achter kwam. Oja, en in het ziekenhuis werd na uitgebreid lichamelijk onderzoek de diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom gesteld.
Dus… wie ben ik dan? Ben ik een vrouw met ADHD, een burnout, een angststoornis, een depressie, borderline persoonlijkheidsstoornis én chronisch vermoeidheidssyndroom? En dus géén autisme?

Hoe meer ik ging lezen over al die losse diagnoses/beelden, hoe meer ik me erin herkende.
ADHD? Ja, ik ben hyperactief, heb moeite met concentratie óf ga juist in een hyperfocus en vergeet dan te eten, drinken, en überhaupt de rest van de wereld. De sensorische overgevoeligheid past ook bij ADHD. En ja, de ADHD-medicatie lijkt er ook wel bij te helpen.
Burnout? Ja, ik hopte van baan naar baan, telkens ziek thuis, alles wordt me steeds teveel op werk.
Angststoornis? Ja, angst, paniekaanvallen en chronische hyperventilatie zijn me niet onbekend. Mijn lichaam staat eeuwig in een vecht/vlucht-stand.
Depressie? Ook daar ben ik helaas maar al te bekend mee. Telkens weer komt het terug, en inmiddels zit ik al drie jaar aan de anti-depressiva.
Borderline persoonlijkheidsstoornis? Deze wordt lastiger. Agressief? Nee. Impulsief? Nee, al heb ik misschien wel een probleem met online shoppen. Maar ja, ik heb wel problemen met mijn emotieregulatie en wordt vaak overspoeld door emoties. En het onderhouden van vriendschappen blijft ook een behoorlijk probleem.
Chronisch vermoeidheidssyndroom? Ja, ik ben ontzettend moe. Ik slaap veel. De wereld put me uit.

Dus wat dan wel?
Maar het maakte alles ook wel heel verwarrend. De diagnose autisme en alles wat daarbij hoorde paste zo goed, gaf me zoveel duidelijkheid over mezelf, dat ik daar eigenlijk niet aan twijfelde. Ook al lijken veel van die onderliggende labels óók te kloppen, het is wel erg chaotisch als ik ineens zes verschillende dingen heb in plaats van één onderliggende oorzaak.

Bovendien… wat verklaarde dan mijn moeizame kindertijd met eeuwig pesten, er nooit bij horen, altijd het gevoel hebben dat ik anders was? Het spelen met andere kinderen als “baas” of “juffrouw”, in plaats van op hetzelfde niveau? De anorexia nervosa waar ik bijna dood aan ging als tiener? Maar ook lichamelijke problemen: prikkelbare darmsyndroom, eczeem, allergieën…?
De diagnose autisme dekte eigenlijk al het bovenstaande, en nu werd dat ineens in twijfel getrokken!

Autisme: daar ben ik weer
Het internet hielp me gelukkig in mijn zoektocht. Autisme bij vrouwen, het ís anders dan autisme bij mannen. Vrouwen hebben veel meer last van internaliserende problemen zoals angst en depressie. En het eeuwig “doen alsof” je NT bent, ja, dat zorgt op den duur voor burnout en ernstige vermoeidheidsklachten. Bovendien blijken veel vrouwen met autisme eerder een misdiagnose van een borderline persoonlijksheidsstoornis te ontvangen.

Maanden in de war door een psychiater die autisme bij vrouwen niet herkend, zelfs niet als de diagnose al gesteld is door andere professionals. Die vervolgens alle problemen opnoemt die júist bij vrouwen met autisme veel voorkomen, maar toch die diagnose in twijfel trekt.

Het lijkt alsof ik mezelf weer wat begin te vinden. De komende tijd lees ik enkele boeken van en over vrouwen met autisme, en zal ik ook weer boekreviews plaatsen. Ik kan alvast verklappen dat ik een soulmate heb gevonden in Samantha Craft, wiens boek Everyday Aspergers ik nu lees en binnenkort hier zal reviewen…!

Continue Reading

Ritalin, ADHD en Autisme

I’m back! Na een lange radiostilte (glasvezelstilte?) ben ik terug met een blog.

Een maand geleden kreeg ik door de psychiater Ritalin (althans, een merkloze variant van het methylfenidaat) voorgeschreven. Mijn eerste reactie? Maar ik heb toch geen ADHD?!

Nee, ik heb inderdaad geen ADHD-diagnose. En ja, misschien toch wel.

Kenmerken ADHD vs Autisme
Bij ADHD is er een combinatie van onoplettendheid en hyperactiviteit/impulsiviteit.
De DSM-V schrijft er het volgende over:


1 Onoplettendheid
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
a slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in school, werk of bij andere activiteiten.
b heeft vaak moeite om aandacht bij taken of spel te houden.
c lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct wordt aangesproken.
d volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er dikwijls niet in om schoolwerk, karweitjes of taken op het werk af te maken.
e heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
f vermijdt vaak om, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een geestelijke aandacht vereisen.
g raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten.
h wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
i is vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden.

2 Hyperactiviteit en impulsiviteit
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
Hyperactiviteit
a beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel.
b staat vaak op in situaties waarin verwacht wordt dat je op je plaats blijft zitten.
c rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is.
d kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.
e is vaak “in de weer” of “draaft maar door”.
f praat vaak excessief veel.
Impulsiviteit
g gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is.
h heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten.
i stoort vaak anderen of dringt zich op.


Van het eerste kader, onoplettendheid, herken ik niet al teveel. Ik let júist op details en ben juist graag bezig met ‘taken die geestelijke aandacht vereisen’. Maar als je beter kijkt is de overlap met Autisme-symptomen niet ver te zoeken, zéker niet als er, zoals bij mij, veel sprake is van overprikkeling en problemen met executieve functies zoals plannen (overzicht) en impulscontrole. Bijvoorbeeld: heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten, raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten, wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels, beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel, is vaak “in de weer” of “draaft maar door”, praat vaak excessief veel,  gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is, heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten, stoort vaak anderen of dringt zich op… Met name de hyperactiviteit en impulsiviteit herken ik, en de onoplettendheid komt naar boven wanneer ik overprikkeld ben.

En, werkt het?
Dus ondanks dat ik geen ADHD heb, is de overlap met sommige autisme-symptomen zo groot dat er soms toch Ritalin voorgeschreven wordt. Het doel (bij mij) is: meer rust in mijn hoofd, minder afleiding door externe en interne prikkels en daardoor minder overprikkeling en minder vermoeidheid. En het is zeker geen wondermiddel, maar het werkt wel degelijk! Ik kan me een stuk beter concentreren op mijn werk en val niet halverwege de dag in slaap (al is het nog steeds lastig om na 21:00 wakker te blijven).

’s Ochtends neem ik mijn eerste pilletje, waarna ik me klaar maak om naar werk te gaan of om thuis de dag te beginnen. Na een half uur begint het te werken en kan aan het werk (ofwel onderzoek en onderwijs, ofwel huishoudelijke taken). Tegen het middaguur merk ik dat ik erg moe wordt en neem ik even pauze, plus nog een pilletje. Daarna kan ik nog door, al word ik niet meer zo gefocust als in de ochtend. Eventueel kan ik eind van de middag nog een derde pilletje nemen, zodat ik ’s avonds ook nog iets waard ben, maar dat doe ik liever niet. Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg om ’s avonds niks meer in te plannen, tenzij ik de hele dag vrij heb. En ik geloof nog steeds dat jezelf voldoende rust geven beter werkt dan een pilletje, waarmee je voor mij gevoel toch energie leent van de volgende dag. Daarom probeer ik in het weekend ook volledig rust te nemen, zónder Ritalin te gebruiken.

Ik ben blij met dit medicijn en wat het voor me doet! De bedoeling is dat ik het binnenkort enkel nog ga gebruiken op werkdagen, en daar werk ik nu al rustig naartoe door op niet-werkdagen niet of minder te gebruiken. Het geeft me het gevoel dat ik eindelijk weer kan nadenken, kan focussen op mijn werk en niet telkens alleen maar wil slapen. Het sleept me door deze burnout heen!

Continue Reading

Zoektocht in de (S)GGZ

De juiste hulpverlening zoeken. Waar het met de gezondheidszorg nog redelijk rechtlijnig is (je gaat naar de huisarts, de huisarts verwijst zonodig door naar een specialist in het ziekenhuis, en die maakt je beter) (idealiter) is de geestelijke gezondheidszorg echt een doolhof.

Inmiddels zit ik bijna 10 jaar in de GGZ. Mijn traject begon redelijk soepel: ik ging naar de huisarts, die verwijs me door naar Altrecht Rintveld Eetstoornissen. Mijn hulpvraag was dan ook redelijk duidelijk: ik had Anorexia Nervosa.

Toen ik doorverwezen werd naar Altrecht Jongvolwassenen werd al gauw de diagnose Autisme gesteld. Mijn behandelaar was niet gespecialiseerd is autisme, maar ja, we hadden al een relatie opgebouwd dus daar ging ik verder. Uitstapjes naar het Altrecht Autismeteam werden gemaakt voor aanvullende therapieën zoals psycho-educatie, sociale vaardigheidstraining en mindfulness. Op een gegeven moment werd ik te oud voor de afdeling jongvolwassenen en bovendien was ik redelijk stabiel, en dus werd ik doorverwezen naar de eerstelijnszorg, bij Indigo. Hier ben ik inmiddels al zo’n twee jaar in behandeling, maar daar kunnen ze me niet meer verder helpen. Het was voor mij totaal onduidelijk naar welke afdeling ik nou moest en ook mijn behandelaar bij Indigo zag door de bomen het bos niet meer. Maar uiteindelijk word ik weer doorgestuurd naar Altrecht Persoonlijkheidsstoornissen.

Eersteelijns- en tweedelijnszorg
De geestelijke gezondheidszorg is onderverdeeld in twee lijnen. De eerstelijnszorg is voor mensen met lichte tot matige klachten die kortdurend behandeld kunnen worden. Óf voor mensen die “chronisch” in behandeling zitten, maar niet met acute problemen rondlopen die behandeld moeten worden. Toen ik eenmaal stabiel werd bevonden kon ik dus “chronisch” naar de eerstelijns-ggz, zodat ik wel behandeling zou blijven krijgen in het omgaan met mijn autisme. De eerstelijns-ggz heet overigens tegenwoordig de generalistische basis-ggz. De tweedelijnszorg is voor zwaardere psychische problemen waarbij langere behandeling nodig is. De tweedelijn heet tegenwoordig specialistische ggz.

Wachttijd
Nu word ik dus weer “teruggestuurd” naar de specialistische ggz, om daar een meer gerichte behandeling te kunnen krijgen. Oja, wel pas over 8 maanden. Want wachttijd.

Dat schiet dus niet echt op. Dus ben ik momenteel zelf aan het zoeken naar hulpverlening waar ik wél snel terecht kan. Ik blijf wel bij Altrecht op de wachtlijst staan, maar wil de komende 8 maanden eigenlijk toch ook wel wat verbetering zien in mijn levenskwaliteit en niet wéér in een burnout wegzakken.

Maar echt overzichtelijker wordt het er niet van. Ik ontvang nog steeds ongeveer eens per twee weken behandeling bij Indigo, eens per week komt er iemand van het buurtteam van de gemeente langs, waarschijnlijk wordt dit binnenkort aangevuld met begeleiding via Lister en dan nog een specialistische GGZ behandeling erbij…

Dokter Bosman
Ik heb wel een goed gevoel over de behandelaar die ik heb gekozen. Ik heb me aangemeld bij het Autisme Kenniscentrum van Dokter Bosman. Als het goed is heb ik over twee weken een intake en dan weet ik ook beter of en hoe ze mij kunnen helpen mijn doelen te behalen. Ik heb veel goede verhalen gehoord van anderen die hier in behandeling zitten én het is om de hoek, dus ik ben heel benieuwd!

Continue Reading