Is minder gaan werken falen?

Soms is het nodig om even stil te blijven staan, om even een stap terug te doen zelfs. Op dat punt bevind ik mij nu.

De afgelopen maanden zijn erg druk geweest. Ik kreeg veel verantwoordelijkheden op werk, en werkte dan ook hard, intens en veel. Ik koos er meermaals voor om de hyperfocus toe te laten, in plaats van op tijd in te grijpen, ook al weet ik wat het me kost. Zo lang ik maar door bleef draven leek het wel goed te gaan, zodra ik even rust nam stortte ik in. Mijn “oplossing”: geen rust nemen, maar doorgaan.

Mijn psychiater merkte op dat ik wel in de tiende versnelling leek te staan. Ik praat veel en snel en kan niet stilzitten. Doorgaan is effectief, want dan voel ik de vermoeidheid niet. Doorgaan is effectief, tot doorgaan instorten betekent. Terugkijkende in het contact met mijn hulpverleners bleek ik al tijden dezelfde argumentatie te geven “ja ja ik werk inderdaad te hard en ga inderdaad over mijn grenzen, maar nu moet het even en straks wordt het rustiger”. Maar ‘straks’ werd steeds uitgesteld.

Wachten op ‘straks’, op het moment dat het vanzelf rustiger wordt en ik het me dus kan ‘veroorloven’ om rust te nemen, werkt niet. Er blijft namelijk meer werk komen. De ene deadline is gehaald, maar de volgende doemt alweer op. Het ene project wordt afgerond, maar het volgende start alweer. En dus moest ik ingrijpen, want een ander doet het niet voor me. Ik ben degene die mijn grenzen aan moet geven, en niet moet wachten tot een ander ingrijpt óf mijn lichaam ermee stopt, door middel van een burnout.

Dus heb ik besloten de komende maand 3 dagen per week te werken. Terwijl ik er zo trots op was dat ik weer opgebouwd had tot een werkweek van 30 uur. Het voelt dan ook voornamelijk als falen om aan te geven dat het nu teveel is. Als “ik kan het toch niet aan”. Als toegeven dat ik zwak en minder ben. Terwijl het eigenlijk juist heel sterk is om aan te geven wat je grenzen zijn. Om in te zien, zonodig met wat hulp van je psychiater of andere hulpverlener, dat je over deze grenzen heen bent gegaan. Om in te grijpen, en voor al het andere eerst aan jezelf te denken.

Deze o zo sterke beslissing voelt dus nog heel dubbel, als falen, maar ook als sterk zijn en mezelf belangrijk genoeg vinden om goed voor mezelf te zorgen.

Hebben jullie wel eens de beslissing moeten nemen om een stap terug te zetten?

Continue Reading

Studeren met autisme

Dit artikel heb ik geschreven voor en is ook gepubliceerd op succesvolautisme.eu

Studeren is voor velen een uitdaging. Voor mensen met een autismespectrumstoornis kan studeren nog extra moeilijkheden geven. Maar het heeft zeker ook leuke kanten; uitgebreid mogen lezen en leren over een (semi-)zelfgekozen onderwerp kan voor sommige autisten juist heerlijk zijn.

Studeren met autisme, of zonder autisme, bestaat uit verschillende fases, en het kan zinvol zijn om echt naar het moment te kijken en dus niet teveel te piekeren over wat er daarna nog gaat komen.

Het kiezen van een studie

De eerste fase bestaat uit het kiezen van een studie. Voor iedereen is het natuurlijk belangrijk om een studie te kiezen die bij je past. Maar als je autisme hebt zijn er nog extra factoren om naar te kijken. Zit je bij een studie vast aan een vast traject? Moet je verplicht een X-aantal studiepunten halen in het eerste jaar om ‘over’ te mogen? Is het een grote opleiding met massale colleges? Dit zijn allemaal vragen die extra belangrijk zijn als het voor jou nodig is om een eigen traject te volgen waarbij je niet alle vakken tegelijk hoeft te doen, of wanneer je slecht tegen menigten kan. Ga in deze eerste fase vooral eens langs de studieadviseur, hier kun je vaak al een afspraak maken voordat je überhaupt een universiteit of studie gekozen hebt.

De bachelor-fase

De tweede fase is het studeren zelf. Of je nou voor een populaire en dus vaak massale studie kiest of een opleiding hebt gekozen die wat minder druk bezocht wordt, hoorcolleges zijn er altijd. Voor studenten met autisme kunnen deze hoorcolleges lastig te volgen zijn door eventuele concentratieproblemen en door het aantal medestudenten in de zaal. Daarnaast zijn er de werkcolleges, deze zijn vaak in een kleiner groepsverband, maar het contact met de andere studenten is daardoor wel belangrijker. Enkele tips om prettig naar en door je colleges te komen:

  • Als je overgevoelig bent voor geluid en/of licht, zorg er dan voor dat je onderweg naar het college oordoppen en/of een zonnebril draagt. Vaak moet je je een weg banen door vele andere studenten om bij de juiste zaal te komen, door hier op tijd op in te spelen kom je niet overprikkeld aan bij het college.
  • Kies een vaste plek uit in de zaal, op een plek waar jij je prettig voelt. Dat kan helemaal voorin zijn (mijn persoonlijke keuze), waar je niemand voor je hebt en je de docent goed kunt zien. Aan de zijkant of achterin kan ook een goede keuze zijn, al kan het achterin soms wel wat rumoerig zijn. Middenin de zaal zal voor velen met autisme een te drukke plek zijn, maar bedenk vooral wat jij wel en niet prettig vindt.
  • Zorg dat je de docenten leert kennen. Stel vragen als je iets niet begrijpt en maak in de pauze of op een ander moment eens een praatje met de docent. Als je het maken van praatjes moeilijk vindt is het misschien makkelijker om je hierbij te focussen op de stof van dat college. Mocht je nu of in de nabije toekomst tegen een probleem aanlopen met je studie, dan kun je dit makkelijker bespreken met deze docent.
  • Als je het in de werkcolleges lastig vindt om in de groep wat bij te dragen, bespreek dit dan ook met je docent. Als deze weet waardoor het komt (dat kan zijn in verband met je autisme, maar je kunt ook het probleem omschrijven zonder je diagnose te noemen als je dat prettiger vindt), zal hij/zij het beter kunnen plaatsen en niet denken dat je je niet goed inzet.
  • Blijf contact houden met de studieadviseur. Mocht je vertraging oplopen door je autisme dan kun je vaak een financiële compensatie hiervoor aanvragen. Daarvoor is het vaak wel nodig dat je kunt bewijzen regelmatig contact te hebben gehad met de studieadviseur. Naast deze financiële reden kan de studieadviseur je natuurlijk ook erg goed helpen met, nou, advies.
  • Laat een onderwijscontract opstellen dat bij jou past. Ook hiervoor moet je bij de studieadviseur zijn. Denk hierbij aan het gebruik van een laptop tijdens colleges en tentamens, de gelegenheid om je tentamens in een niet-massale of individuele ruimte te mogen maken, toestemming om noise-cancelling headphones te mogen gebruiken tijdens een tentamen, extra tijd, etc. Er is vaak veel mogelijk op een universiteit, mits je het maar op tijd bespreekt.
  • Onderschat de hulp van medestudenten niet. Blijkt het voor jou (soms of altijd) onhaalbaar om een druk hoorcollege te volgen? Zorg dan dat je aantekeningen van een medestudent kan krijgen. Is een opdracht onduidelijk geformuleerd? Vraag een medestudent om verheldering. Mocht dit niet voldoende zijn, neem dan contact op met je docent.

Werken of master?

Na de drukke fase van je bachelor kun je ervoor kiezen om te gaan werken, of om een master te gaan volgen. Hier is vaak meer ruimte voor persoonlijk contact omdat er minder studenten zijn, maar aan de andere kant wordt er ook verwacht dat je steeds zelfstandiger kunt werken. Hierbij is het heel belangrijk om alles goed te plannen. Als je hier moeite mee hebt kun je een medestudent, een docent of de studieadviseur vragen om je te helpen.

Soms biedt de universiteit de hulp die jij nodig hebt niet aan. Soms hebben ze vooraf mooie praatjes, maar komt er uiteindelijk niets van terecht. Daarom is het nuttig om meer mensen in je netwerk te hebben die jou wanneer nodig kunnen helpen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vrienden, je ouders, een broer of zus, een medestudent, je behandelaar of je begeleider.

Voor mij is mijn studententijd echt met ups en downs verlopen. De bachelor was druk en de overgang naar de universiteit was groot. Contact met medestudenten vond ik erg lastig, en anderen om hulp vragen al helemaal. In mijn eerste jaar heb ik daarom ook slechts 5 vakken (in plaats van de gangbare 8 vakken) gevolgd en afgerond. Vandaar ook mijn eerste tip om echt naar het moment te kijken en niet teveel te piekeren over wat nog komen gaat. Check of je je goed voelt bij wat je doet, en doe niet meer dan je aankunt. Als je op je eigen tempo een opleiding kunt doorlopen, dan is daar niets mis mee. Belangrijk is om je hierbij niet te vergelijken met anderen met of zonder een autismespectrumstoornis. Uiteindelijk gaat het erom dat jij zoveel mogelijk kennis en vaardigheden leert.

Bij het artikel op succesvolautisme.eu vind je links naar andere artikelen over studeren met autisme, op websites van de NVA, hulpinstanties en verschillende universiteiten/hbo-opleidingen.

Continue Reading

Hyperfocus of flow

Afgelopen week had ik een interessant gesprek met een collega. Het was hem opgevallen dat, ondanks dat ik meestal elk geluid hoor, ik soms zo hard aan het werk ben dat ik niks meer mee lijk te krijgen van wat er om me heen gebeurd. Hij weet dat ik noise-cancelling headphones gebruik omdat ik anders overprikkeld raak van al het “lawaai” op de afdeling (wat anderen amper lijken te registreren), dus vroeg zich af hoe het kan dat ik soms juist volledig onbereikbaar ben en zelfs niet op mijn eigen naam reageer.

Dat kon ik hem wel uitleggen. Ik heb namelijk al zolang ik het me kan herinneren momenten van intense concentratie, waarin ik compleet in mijn eigen wereld zit. “Hyperfocus noemen ze dat”, vertelde ik hem. Hyperfocus is de reden dat ik op de universiteit papers in een middag kon schrijven of een geheel tentamen in een paar uur leerde. Hoe ik nu in mijn werk soms het werk van een hele week in een sessie van vijf uur prop. Maar ook hoe ik als kind hele boeken achter elkaar las. “Hyperfocus? Is dat hetzelfde als flow?” vroeg hij me.

Daar had ik eigenlijk geen antwoord op… Flow is een staat waarin je zo opgaat in een taak, dat je de rest vergeet. Waarin alles “flowt”, en dus makkelijk gaat. Je zo geconcentreerd bezig bent, dat je bergen werk verzet. Dat klinkt dus behoorlijk als wat ik beschreef over mijn hyperfocus, maar waarom heeft het dan een andere naam? En flow wordt geassocieerd met iets positiefs, iets wat je wílt bereiken. Terwijl ik keer op keer van psychologen en hulpverleners heb gehoord dat ik ervoor moet zorgen niet in een hyperfocus te geraken. Iets wat ik altijd lastig heb gevonden, want hyperfocus is zo dubbel voor mij. Ik wíl die hyperfocus lang niet altijd voorkomen. Ik ben super productief in hyperfocus, en kom tot creatieve inzichten. Maar… ik heb er geen controle over als ik eenmaal in een hyperfocus zit.

En dit is het grote verschil tussen hyperfocus en flow. Flow is positief. Hyperfocus kan dat ook zijn, maar niet altijd. In een staat van flow heb je controle over wat je wel of niet doet, in een staat van hyperfocus niet. Flow is willen, hyperfocus is moeten. Als ik in een hyperfocus zit, kan ik niet stoppen. Het is dwangmatig: ik moet doorgaan. Ik vergeet mijn omgeving en mijn lichaam hierbij zo volledig, dat er niks anders meer lijkt te bestaan dan hetgeen mijn hyperfocus op gericht is. Tot ik er niet meer omheen kan. Alle signalen heb ik gemist, tot het te laat is. Ineens zie ik sterretjes en begint de hoofdpijn te dreunen, vaak is dit het begin van migraine. Ik merk ineens hoe vol mijn blaas is, maar zie zwart of val zelfs flauw als ik opsta om naar de wc te gaan. Ik zie de klok op mijn computerscherm, en merk dat het uren later is dan ik dacht. Dat ik al uren niks gedronken of gegeten heb. Mijn rug is stijf, mijn nek doet zeer. Ik probeer zo snel mogelijk naar huis te komen, waar ik vaak bezweet aankom en misselijk ben, soms zelf moet overgeven.

De uren na een hyperfocus zijn gericht op herstellen. Ik heb in een paar uur de energie voor de hele dag gebruikt, en kan verder niks meer. Dit is de reden dat ik hyperfocus moet voorkomen, signalen moet herkennen en mezelf moet stoppen. Dat ik wekkertjes moet zetten die ervoor zorgen dat ik even pauze neem, even wat water ga drinken of even een klein stukje ga lopen. Want zodra ik dat doe, verbreek ik de hyperfocus. Het lastige blijft, dat de hyperfocus altijd zo aantrekkelijk is. En elke keer als het me meetrekt, denk ik dat ik heus wel op tijd zal stoppen, niet zo ver over mijn grenzen zal gaan dat ik ineens weer helemaal op ben. Éven een paar uur erin meegaan, omdat het zo lekker voelt en ik mijn beste werk verzet in een hyperfocus. Maar op tijd stoppen blijft lastig. Een pop-up laat me weten dat het tijd is om een korte pauze te nemen, maar die klik ik weg. Nog iets langer, dan stop ik echt. Maar stoppen kan niet. Ik móet nog even dit opzoeken, nog even dat uitrekenen. Nog even die analyse doen en dit daaraan koppelen en deze test uitvoeren en… Waarom is de collega die tegenover me zat weg? Heb ik dat nou echt niet gemerkt? Is het al zo laat?! En daar gingen we weer. Meegesleurd, niks meer gemerkt.

Flow en hyperfocus. Het lijkt zo op elkaar, zeker voor de buitenstaander. Die zegt wel eens jaloers dat ze zouden willen dat zij zo snel en gefocust konden werken als ik. Zij willen ook wel eens zo in de flow raken… Maar flow is geen hyperfocus. Bij flow ben jij in control, bij hyperfocus verlies je de controle. Maar het voelt zo lekker, tot de crash.

Ik ben heel benieuwd of en hoe andere autisten hyperfocus ervaren. Herkennen jullie dit? En hebben jullie er ook zo’n tegenstrijdige relatie mee?

Continue Reading