Zoektocht in de (S)GGZ

De juiste hulpverlening zoeken. Waar het met de gezondheidszorg nog redelijk rechtlijnig is (je gaat naar de huisarts, de huisarts verwijst zonodig door naar een specialist in het ziekenhuis, en die maakt je beter) (idealiter) is de geestelijke gezondheidszorg echt een doolhof.

Inmiddels zit ik bijna 10 jaar in de GGZ. Mijn traject begon redelijk soepel: ik ging naar de huisarts, die verwijs me door naar Altrecht Rintveld Eetstoornissen. Mijn hulpvraag was dan ook redelijk duidelijk: ik had Anorexia Nervosa.

Toen ik doorverwezen werd naar Altrecht Jongvolwassenen werd al gauw de diagnose Autisme gesteld. Mijn behandelaar was niet gespecialiseerd is autisme, maar ja, we hadden al een relatie opgebouwd dus daar ging ik verder. Uitstapjes naar het Altrecht Autismeteam werden gemaakt voor aanvullende therapieën zoals psycho-educatie, sociale vaardigheidstraining en mindfulness. Op een gegeven moment werd ik te oud voor de afdeling jongvolwassenen en bovendien was ik redelijk stabiel, en dus werd ik doorverwezen naar de eerstelijnszorg, bij Indigo. Hier ben ik inmiddels al zo’n twee jaar in behandeling, maar daar kunnen ze me niet meer verder helpen. Het was voor mij totaal onduidelijk naar welke afdeling ik nou moest en ook mijn behandelaar bij Indigo zag door de bomen het bos niet meer. Maar uiteindelijk word ik weer doorgestuurd naar Altrecht Persoonlijkheidsstoornissen.

Eersteelijns- en tweedelijnszorg
De geestelijke gezondheidszorg is onderverdeeld in twee lijnen. De eerstelijnszorg is voor mensen met lichte tot matige klachten die kortdurend behandeld kunnen worden. Óf voor mensen die “chronisch” in behandeling zitten, maar niet met acute problemen rondlopen die behandeld moeten worden. Toen ik eenmaal stabiel werd bevonden kon ik dus “chronisch” naar de eerstelijns-ggz, zodat ik wel behandeling zou blijven krijgen in het omgaan met mijn autisme. De eerstelijns-ggz heet overigens tegenwoordig de generalistische basis-ggz. De tweedelijnszorg is voor zwaardere psychische problemen waarbij langere behandeling nodig is. De tweedelijn heet tegenwoordig specialistische ggz.

Wachttijd
Nu word ik dus weer “teruggestuurd” naar de specialistische ggz, om daar een meer gerichte behandeling te kunnen krijgen. Oja, wel pas over 8 maanden. Want wachttijd.

Dat schiet dus niet echt op. Dus ben ik momenteel zelf aan het zoeken naar hulpverlening waar ik wél snel terecht kan. Ik blijf wel bij Altrecht op de wachtlijst staan, maar wil de komende 8 maanden eigenlijk toch ook wel wat verbetering zien in mijn levenskwaliteit en niet wéér in een burnout wegzakken.

Maar echt overzichtelijker wordt het er niet van. Ik ontvang nog steeds ongeveer eens per twee weken behandeling bij Indigo, eens per week komt er iemand van het buurtteam van de gemeente langs, waarschijnlijk wordt dit binnenkort aangevuld met begeleiding via Lister en dan nog een specialistische GGZ behandeling erbij…

Dokter Bosman
Ik heb wel een goed gevoel over de behandelaar die ik heb gekozen. Ik heb me aangemeld bij het Autisme Kenniscentrum van Dokter Bosman. Als het goed is heb ik over twee weken een intake en dan weet ik ook beter of en hoe ze mij kunnen helpen mijn doelen te behalen. Ik heb veel goede verhalen gehoord van anderen die hier in behandeling zitten én het is om de hoek, dus ik ben heel benieuwd!

Continue Reading

Niet-helpende gedachten

Eigenlijk wilde ik op 1 januari posten over mijn goede voornemens om mijn mentale gezondheid dit jaar te gaan verbeteren. Maar eigenlijk weet ik zelf nog niet zo goed hoe ik dit aan ga pakken.
Momenteel is er wel het een en ander in beweging gezet in de hulpverlening, waardoor ik hopelijk op zeer korte termijn meer en intensievere hulp zal ontvangen.

Een belangrijk probleem voor mij blijft mijn eigen hoofd. Altijd maar denken, denken, denken…
En, zoals iedereen die ooit Cognitive-Behavioral Therapy (CBT) heeft gevolgd zal weten: je denken beïnvloedt voor een groot deel hoe je je voelt, meer dan wat er in je leven gebeurt.

Momenteel lees ik een boek dat ik hier binnenkort ook zal reviewen: Overcoming Anxiety and Depression on the Autism Spectrum, geschreven door Lee A. Wilkinson. In het boek beschrijft hij “denkfouten”, of “niet-helpende gedachten”, en hoe deze van invloed zijn op angst en depressie. Een daarvan kwam echt binnen, omdat ik me er zó in herken:
Eisend denken (demand thinking): denken volgens strakke regels en geen flexibiliteit toestaan. Hierbij denk je vaak in termen van moeten. Je zegt tegen jezelf dat jij, anderen en de wereld moeten of zouden moeten zijn zoals jij besluit dat ze moeten zijn. Anders is het vreselijk en oneerlijk en kun je het niet verdragen en/of er niet achter staan.

Dit is hoe ik vaak denk, en wat voor verdriet en frustratie zorgt.
Een voorbeeld is mensen die door rood fietsen of hun hand niet uitsteken. Dit wekt veel frustratie bij mij op. Ik vind dat iedereen zich aan de regels moet houden, die zijn er immers niet voor niks. Maar helpt deze gedachte?
Nee. 
De gedachte dat iedereen zich aan de verkeersregels moet houden maakt dat ik me gefrustreerd en soms zelfs echt boos voel. En die ander? Die gaat toch gewoon lekker door met zijn dag en zal zijn gedrag er niet om veranderen.

Echt belangrijk wordt het als het gaat over bijvoorbeeld mijn relaties met anderen. Als ik wil, nee, eis, dat mijn vriend/vrienden/familie zich gedraagt zoals ik vind dat dat zal moeten, probeer ik hen dus eigenlijk te veranderen. Bovendien, wie zegt dat mijn ideeën over hoe het zou moeten wel de juiste zijn? Ieder doet dingen op zijn eigen manier, en niet een manier is de goede manier. Dat ik er, automatisch, wel zo over denk, maakt dat ik me vaak verdrietig voel over hoe anderen iets aanpakken. Ik denk dan dat ze het expres doen om mij te kwetsen bijvoorbeeld. Want welke andere reden kan iemand hebben om iets niet te doen zoals het zou moeten?

Een laatste voorbeeld gaat over mezelf. Ik moet altijd van alles. Van mezelf. Anderen zeggen vaak genoeg dat ik niet moet, maar zelf keuze heb. Zo voelt het niet. Ik moet fulltime werken. Als dat echt echt echt niet lukt, dan moet ik op zijn minst 4 dagen per week werken (ik werk er nu 2). Zo hoort het. En als je daar niet aan voldoet, dan ben je een mislukkeling. Het is niet moeilijk om te zien dat dit niet bepaald helpende gedachten zijn…

Zoals ik al zei ben ik nog druk bezig in het boek van Wilkinson. Hopelijk weet ik hier dus nog meer inzichten uit te halen. Maar tot nu toe heb ik al geleerd dat heel bewust de niet-helpende gedachten identificeren al een deel van de oplossing kan zijn. Wanneer je merkt dat er emotie opwelt is het goed om de voorafgaande gedachte(n) te identificeren en te bekijken of dit wel een helpende gedachte is. Zo niet, dan kun je proberen de gedachte(n) te vervangen voor een meer gebalanceerde, helpende gedachte. Als alternatief stelt Wilkinson voor om bovenstaande gedachte te vervangen door “Zet ik onnodige druk op mezelf door erop te staan dat ik (of de ander/de wereld) het ‘goed’ moet doen? Wat zou een meer realistische verwachting zijn?”

Met dit inzicht sluit ik vandaag af. Een mooi nieuw jaar gewenst, met hopelijk meer ups dan downs!

Continue Reading