Ontprikkeldag

Al een aantal dagen voelde ik het aankomen: een mini-instorting. De vraag was niet meer óf hij zou komen, maar wanneer en waar ik op dat moment zou zijn…

Maar sinds begin 2019 ben ik twee uur “extra” per week gaan werken. Niet voor meer salaris, maar voor meer verlof. Dus heb ik de luxe om een ontprikkeldag in te lassen!

Wat merk ik?
Ondanks dat ik nu dus lekker thuis ben, merk ik heel veel van de overprikkeling. Het lijkt zelfs nog erger te zijn geworden dan de afgelopen paar dagen… Of misschien was het er de hele tijd al, maar voel ik het nu ik er de tijd en rust voor neem pas volledig. Ik heb een zwaar lichaam en een zwaar, vol hoofd. Ik raak snel in paniek, van de kleinste dingen. Ik moet van alles van mezelf, maar moet ook rusten. En daar kan ik dan weer niet de rust voor vinden… Ingewikkeld.

Wat doe ik?
Dus wat ga ik doen om vandaag wat rust te kunnen vinden?

En vooral: niet van alles moeten vandaag. Nee, de kattenbak komt morgen wel, er hoeft niet gedweild, de was kan tot het weekend wachten en ik hoef niet, nee ECHT NIET, mijn werkmail te checken. Nu kijken of dat me lukt…


Continue Reading

Psychomotorische therapie en autisme

Sinds eind 2018 volg ik psychomotorische therapie, ofwel PMT, bij Altrecht. Dit is een therapie voor waarbij psychische problemen aangepakt worden door te werken met het lichaam. In eerste instantie schrok ik hiervan: ik ben door en door een denker, en zie mijn lichaam dan ook vaak als ondergeschikt aan mijn hoofd. Bovendien was mijn enige ervaring met PMT de behandeling die ik kreeg in de Anorexia-kliniek, waarbij de focus lag op lichaamsbeeld en je lichaam voelen. Niet echt problemen die ik nu kon linken aan behandeling voor mijn autisme…

Waarom dan toch PMT bij autisme?
Een probleem waar ik tegen blijf vechten is overprikkeling en daardoor veroorzaakte vermoeidheid. Mijn hoofd raakt overvol en er komt kortsluiting. Wat zorgt voor heel veel symptomen: vermoeidheid, angst, paniekaanvallen, maar ook hoofdpijn, spierpijn en flauwvallen. Dit maakt dat ik mijzelf vaak veel moet beperken: minder uren werken, minder sociale contacten, minder uitjes dan ik zou willen. En dan nog overkomt het me vaak. Overprikkeling is dan ook een van de belangrijkste onderwerpen bij therapie voor mij. Maar praten over overprikkeling, dat doe ik nu al jaren… En natuurlijk is er wel progressie, maar ik denk dat er meer mogelijk is!

Mijn ervaringen met PMT
Vol spanning kwam ik de gymzaal binnen. Al vanaf jongs af aan ben ik geen fan van gymzalen: ik had astma én ben slecht in groeps- en balspellen. Tegenwoordig blijf ik fit dankzij yoga en fitness, maar een teamsport zal je me niet snel zien doen. De therapeut had echter direct mijn spanning door. We gingen zitten op gymballen en ik mocht uit een doos met allerlei soorten kleine ballen iets pakken om vast te houden. Een beetje wiebelend op de bal met een puntige stressbal in mijn handen zakte de spanning vrij snel, iets wat op een gewone stoel in de behandelkamer niet lukt.

Gedurende de sessies experimenteren we met verschillende materialen en ballen, terwijl de therapeut tijdens het meedoen observeert. Al snel ontdekten we dat het doen van evenwichtsoefeningen, bijvoorbeeld op een balanskussen, mij helpt om te gronden. Zodra ik een opdracht krijg, verzint mijn hoofd daar allemaal regels bij, een beeld van “hoe het moet”, en raak ik gefrustreerd als dit niet lukt. Terwijl… de therapeut helemaal geen regels heeft gegeven! Zo moest ik bijvoorbeeld een bal tegen de muur slaan en weer opvangen. Simpele opdracht, zou je denken. Mijn hoofd bedacht automatisch de volgende regels:

  • Ik moet de bal onderhands gooien
  • De bal mag niet op de grond stuiteren
  • De bal moet telkens op dezelfde plek de muur raken
  • Ik moet de bal met één hand opvangen
  • Ik moet tellen hoe vaak dit lukt tot ik een van de regels verbreek

Mijn hand-oog-coördinatie laat nogal wat te wensen over, dus mijn telling bleef laag en ik moest steeds opnieuw bij 1 beginnen. Oftewel: frustratie. Toen we de oefening gingen bespreken merkte de therapeut haar observaties op, en probeerde ik te vertellen wat er in mijn hoofd gebeurde. Aan de hand van een schema op een whiteboard dat ook in de gymzaal hing, werkten we uit wat er gebeurde. Daarna probeerden we de oefening nog eens, waarbij ik heel bewust probeerde te zijn van regels die mijn hoofd bedacht en mijn reactie hierop. Dit bewustzijn hielp me om de opdracht te doen: gewoon, die bal gooien, niks meer of minder.

En… helpt dat dan?
Nou denk je misschien: ja, leuk, maar hoe zal dat je helpen in je dagelijks leven? Ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf ook vaak deze gedachte heb. Bij het cognitief uitwerken van situaties, gevoelens en gedachten ligt het dagelijks nut immers een stuk meer voor de hand dan bij het gooien van een bal. Ik merk echter al wel effecten!

Zo merk ik dat het incorporeren van oefeningen waarbij ik bewust word van mijn lichaam helpt om te merken wanneer de spanning hoog is, iets wat ik al ontdekt had bij yoga en meditatie. Maar wat PMT me nu al gebracht heeft is praktische oefeningen die ik kan gebruiken om die spanning dan ook gelijk wat te laten zakken! Zo heb ik een balanskussen aangeschaft (35 euro bij de sportwinkel, 5 euro bij de Action) waar ik zo nu en dan op ga staan om die verbinding met de grond weer even te voelen. Ook zit ik achter mijn bureau op een gymbal om gedurende de dag wat minder stijf te zitten en door deze lichte bewegingen stress te laten gaan. Verder helpen oefeningen zoals hierboven beschreven met het gooien van de bal om inzicht te krijgen in wat ik doe, en dit eerder door te hebben dan mij met cognitieve therapie lukte. Met cognitieve therapie kon ik ná een gebeurtenis wel ontdekken wat er nou gebeurde en wat dat met me deed, maar daar heb je op het moment suprême vrij weinig aan. Door tijdens de PMT in mijn lichaam te voelen wat er gebeurt, herken ik dit sneller wanneer het daarbuiten, in de ‘echte wereld’ gebeurt.

Zou ik PMT aanraden bij autisme?
Persoonlijk denk ik dat therapie bij autisme moet beginnen met psycho-educatie en cognitieve therapie. Dit zijn beiden veel gebruikte behandelvormen die mij heel veel geholpen hebben om inzicht te krijgen in wie ik ben en waarom ik doe wat ik doe. Zelf associeerde ik psychomotorische therapie vooral met kinderen of mensen met een verstandelijke beperking, of breder: mensen die beter leren door te doen dan door te denken. Niet een groep waar ik mijzelf toe zou rekenen. Maar mijn ervaring met PMT tot nu toe heeft mij al wel laten zien dat het júist ook voor mensen die in hun hoofd leven veel kan betekenen. Ik sta zelf nog aan het begin van mijn traject, maar merk nu al subtiele effecten in mijn dagelijks leven en ik ben dus zeker benieuwd wat PMT mij verder nog kan brengen. Dus mijn advies? Ervaar het eens in je eigen lichaam…

Continue Reading

Ritalin, ADHD en Autisme

I’m back! Na een lange radiostilte (glasvezelstilte?) ben ik terug met een blog.

Een maand geleden kreeg ik door de psychiater Ritalin (althans, een merkloze variant van het methylfenidaat) voorgeschreven. Mijn eerste reactie? Maar ik heb toch geen ADHD?!

Nee, ik heb inderdaad geen ADHD-diagnose. En ja, misschien toch wel.

Kenmerken ADHD vs Autisme
Bij ADHD is er een combinatie van onoplettendheid en hyperactiviteit/impulsiviteit.
De DSM-V schrijft er het volgende over:


1 Onoplettendheid
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
a slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in school, werk of bij andere activiteiten.
b heeft vaak moeite om aandacht bij taken of spel te houden.
c lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct wordt aangesproken.
d volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er dikwijls niet in om schoolwerk, karweitjes of taken op het werk af te maken.
e heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
f vermijdt vaak om, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een geestelijke aandacht vereisen.
g raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten.
h wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
i is vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden.

2 Hyperactiviteit en impulsiviteit
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
Hyperactiviteit
a beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel.
b staat vaak op in situaties waarin verwacht wordt dat je op je plaats blijft zitten.
c rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is.
d kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.
e is vaak “in de weer” of “draaft maar door”.
f praat vaak excessief veel.
Impulsiviteit
g gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is.
h heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten.
i stoort vaak anderen of dringt zich op.


Van het eerste kader, onoplettendheid, herken ik niet al teveel. Ik let júist op details en ben juist graag bezig met ‘taken die geestelijke aandacht vereisen’. Maar als je beter kijkt is de overlap met Autisme-symptomen niet ver te zoeken, zéker niet als er, zoals bij mij, veel sprake is van overprikkeling en problemen met executieve functies zoals plannen (overzicht) en impulscontrole. Bijvoorbeeld: heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten, raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten, wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels, beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel, is vaak “in de weer” of “draaft maar door”, praat vaak excessief veel,  gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is, heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten, stoort vaak anderen of dringt zich op… Met name de hyperactiviteit en impulsiviteit herken ik, en de onoplettendheid komt naar boven wanneer ik overprikkeld ben.

En, werkt het?
Dus ondanks dat ik geen ADHD heb, is de overlap met sommige autisme-symptomen zo groot dat er soms toch Ritalin voorgeschreven wordt. Het doel (bij mij) is: meer rust in mijn hoofd, minder afleiding door externe en interne prikkels en daardoor minder overprikkeling en minder vermoeidheid. En het is zeker geen wondermiddel, maar het werkt wel degelijk! Ik kan me een stuk beter concentreren op mijn werk en val niet halverwege de dag in slaap (al is het nog steeds lastig om na 21:00 wakker te blijven).

’s Ochtends neem ik mijn eerste pilletje, waarna ik me klaar maak om naar werk te gaan of om thuis de dag te beginnen. Na een half uur begint het te werken en kan aan het werk (ofwel onderzoek en onderwijs, ofwel huishoudelijke taken). Tegen het middaguur merk ik dat ik erg moe wordt en neem ik even pauze, plus nog een pilletje. Daarna kan ik nog door, al word ik niet meer zo gefocust als in de ochtend. Eventueel kan ik eind van de middag nog een derde pilletje nemen, zodat ik ’s avonds ook nog iets waard ben, maar dat doe ik liever niet. Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg om ’s avonds niks meer in te plannen, tenzij ik de hele dag vrij heb. En ik geloof nog steeds dat jezelf voldoende rust geven beter werkt dan een pilletje, waarmee je voor mij gevoel toch energie leent van de volgende dag. Daarom probeer ik in het weekend ook volledig rust te nemen, zónder Ritalin te gebruiken.

Ik ben blij met dit medicijn en wat het voor me doet! De bedoeling is dat ik het binnenkort enkel nog ga gebruiken op werkdagen, en daar werk ik nu al rustig naartoe door op niet-werkdagen niet of minder te gebruiken. Het geeft me het gevoel dat ik eindelijk weer kan nadenken, kan focussen op mijn werk en niet telkens alleen maar wil slapen. Het sleept me door deze burnout heen!

Continue Reading

Zoektocht in de (S)GGZ

De juiste hulpverlening zoeken. Waar het met de gezondheidszorg nog redelijk rechtlijnig is (je gaat naar de huisarts, de huisarts verwijst zonodig door naar een specialist in het ziekenhuis, en die maakt je beter) (idealiter) is de geestelijke gezondheidszorg echt een doolhof.

Inmiddels zit ik bijna 10 jaar in de GGZ. Mijn traject begon redelijk soepel: ik ging naar de huisarts, die verwijs me door naar Altrecht Rintveld Eetstoornissen. Mijn hulpvraag was dan ook redelijk duidelijk: ik had Anorexia Nervosa.

Toen ik doorverwezen werd naar Altrecht Jongvolwassenen werd al gauw de diagnose Autisme gesteld. Mijn behandelaar was niet gespecialiseerd is autisme, maar ja, we hadden al een relatie opgebouwd dus daar ging ik verder. Uitstapjes naar het Altrecht Autismeteam werden gemaakt voor aanvullende therapieën zoals psycho-educatie, sociale vaardigheidstraining en mindfulness. Op een gegeven moment werd ik te oud voor de afdeling jongvolwassenen en bovendien was ik redelijk stabiel, en dus werd ik doorverwezen naar de eerstelijnszorg, bij Indigo. Hier ben ik inmiddels al zo’n twee jaar in behandeling, maar daar kunnen ze me niet meer verder helpen. Het was voor mij totaal onduidelijk naar welke afdeling ik nou moest en ook mijn behandelaar bij Indigo zag door de bomen het bos niet meer. Maar uiteindelijk word ik weer doorgestuurd naar Altrecht Persoonlijkheidsstoornissen.

Eersteelijns- en tweedelijnszorg
De geestelijke gezondheidszorg is onderverdeeld in twee lijnen. De eerstelijnszorg is voor mensen met lichte tot matige klachten die kortdurend behandeld kunnen worden. Óf voor mensen die “chronisch” in behandeling zitten, maar niet met acute problemen rondlopen die behandeld moeten worden. Toen ik eenmaal stabiel werd bevonden kon ik dus “chronisch” naar de eerstelijns-ggz, zodat ik wel behandeling zou blijven krijgen in het omgaan met mijn autisme. De eerstelijns-ggz heet overigens tegenwoordig de generalistische basis-ggz. De tweedelijnszorg is voor zwaardere psychische problemen waarbij langere behandeling nodig is. De tweedelijn heet tegenwoordig specialistische ggz.

Wachttijd
Nu word ik dus weer “teruggestuurd” naar de specialistische ggz, om daar een meer gerichte behandeling te kunnen krijgen. Oja, wel pas over 8 maanden. Want wachttijd.

Dat schiet dus niet echt op. Dus ben ik momenteel zelf aan het zoeken naar hulpverlening waar ik wél snel terecht kan. Ik blijf wel bij Altrecht op de wachtlijst staan, maar wil de komende 8 maanden eigenlijk toch ook wel wat verbetering zien in mijn levenskwaliteit en niet wéér in een burnout wegzakken.

Maar echt overzichtelijker wordt het er niet van. Ik ontvang nog steeds ongeveer eens per twee weken behandeling bij Indigo, eens per week komt er iemand van het buurtteam van de gemeente langs, waarschijnlijk wordt dit binnenkort aangevuld met begeleiding via Lister en dan nog een specialistische GGZ behandeling erbij…

Dokter Bosman
Ik heb wel een goed gevoel over de behandelaar die ik heb gekozen. Ik heb me aangemeld bij het Autisme Kenniscentrum van Dokter Bosman. Als het goed is heb ik over twee weken een intake en dan weet ik ook beter of en hoe ze mij kunnen helpen mijn doelen te behalen. Ik heb veel goede verhalen gehoord van anderen die hier in behandeling zitten én het is om de hoek, dus ik ben heel benieuwd!

Continue Reading

Rusten en negativiteit

Sinds de start van het nieuwe jaar ben ik aan het rusten. Uitrusten van weer een periode te hard werken en teveel werk op me nemen, van voor de derde keer sinds ik afgelopen zomer afstudeerde van baan wisselen, van een hectische periode in mijn relatie, van de kerstdagen, het oud&nieuw ‘geweld’ en van een chronische kaakholte-ontsteking en het daarbij behorende Prednison-kuur. Iedereen die dit leest zal denken: “dat rusten klinkt als een verstandig idee”.

En toch. Toch weer die gevoelens van nutteloosheid. Van luiheid. Van “waarom kan ik niet gewoon door en anderen wel”.

Mijn vriend heeft tussen kerst en oud&nieuw doorgewerkt en is nu ook alweer een paar dagen hard aan het werk. En ik zit op de bank, met thee, een boekje en mijn kat. Mijn ultieme uitdaging wanneer het rusten zo hard nodig is maar toch zo moeilijk is om te accepteren is het weghouden van depressieve gevoelens. Uitrusten maakt dat ik me slecht voel, wat ervoor zorgt dat ik tóch meer ga doen dan goed is, en uiteindelijk weer in zoverre over mijn grenzen ga dat ik weer terug bij af ben. Ik heb deze illustratie gemaakt om uit te leggen van ik bedoel:

Na inmiddels zo’n drieduizend keer door dit proces heen te zijn gewandeld, weet ik dat ik direct bij de negatieve gevoelens over het uitrusten al in moet grijpen, meer gaan doen is namelijk absoluut NIET de oplossing. Het ultieme accepteren dat het zo is en dat ik soms veel rust nodig heb om bij te komen lukt me helaas nog niet. Dus mijn focus richt ik vooral op het tegengaan van die gevoelens van nutteloosheid, falen en luiheid:

  • De easy-to-do-list. Dit is een to-do-list, zoals de naam al suggereert, die enkel bestaat uit makkelijke stapjes. Wat makkelijk is verschilt per dag en per persoon, maar voor mij staan er vaak to-do’s op als het bed opmaken, de vaatwasser inruimen, lunch klaarmaken, naar buiten gaan, papier/vuilnis wegbrengen naar het hok onder mijn appartement, de was aanzetten, de was ophangen, de tafel opruimen etc. Kleine, vaak huishoudelijke taakjes die sowieso een keer moeten gebeuren, die (over het algemeen) maximaal 5 minuten duren. Zo kan ik telkens een to-do kiezen, uitvoeren en afstrepen. Ondanks dat het iets heel kleins kan zijn, zoals de dekens op het bed recht leggen, geeft dit met toch het lekkere gevoel van “iets nuttigs doen”. En als die negatieve gevoelens dan toch komen, kijk ik naar het lijstje met afgewerkte to-do’s en kan ik me daar toch best goed over voelen.
  • Naar buiten gaan. Net al genoemd als to-do op de lijst, maar deze is het absoluut waard om nog eens te noemen. Want naar buiten gaan is voor mij zó krachtig! Als ik hangerig en negatief ben, maar wel móet rusten, kan even naar buiten gaan me echt weer een goed gevoel geven. Een korte wandeling is dan perfect, maar als dat niet gaat is alleen even naar buiten stappen soms al voldoende (en als het echt even niet goed gaat kan het raam openzetten ook al helpen).
  • Bloggen. Nieuw op mijn lijst, maar nu al een succes. Bloggen voor A MYND maakt dat ik uit kan rusten, maar tegelijk toch iets produceer waar ik me goed over voel.

Herkennen jullie de negatieve gevoelens over moeten rusten? En hoe gaan jullie hiermee om?

Continue Reading

Overprikkeling

Het was onvermijdelijk: het eerste bericht voor deze website moest over overprikkeling gaan.
Voor mij is overprikkeling mijn grootste handicap, maar gelukkig heb ik steeds meer handvatten om ermee om te kunnen gaan. In deze post deel ik daar enkele van met jullie.

Wat is overprikkeling?
Overprikkeling ontstaat wanneer je hersenen meer prikkels moeten verwerken dan ze op dat moment aankunnen. Prikkels kunnen sensorisch zijn (denk aan geluiden, geuren, beelden, licht), maar ook emotioneel (gedachten, gevoelens, sociaal) of fysiek (honger, kou). Veel mensen met autisme hebben moeite met het filteren van binnenkomende prikkels, waardoor alles even zwaar aankomt en alles even belangrijk lijkt voor de hersenen. Wanneer je te lang in een situatie bent waarin er teveel prikkels zijn, kan de spanning zo hoog oplopen dat dit resulteert in irritatie, een emotionele reactie, shut-down, paniekaanval of een (woede)uitbarsting.

Hoe voorkom je overprikkeling?
Wanneer je eenmaal overprikkeld bent is er vaak geen weg meer terug. Je zult je uit de situatie terug moeten trekken en afhankelijk van de ernst enkele minuten, uren of zelfs dagen bij moeten komen. Voor mij betekent dat in een donkere, stille kamer liggen met een zware deken (geweldig hulpmiddel; hier schrijf ik later over!) over me heen.

Beter is natuurlijk dit helemaal te voorkomen. Hier enkele tips:

  • Ontdek welke prikkels voor jou het moeilijkst zijn om te filteren en/of te verwerken. Zijn dit emotionele prikkels? Dan kan het helpen om je gedachten en gevoelens op te schrijven, en eventueel cognitief uit te dagen (hier kom ik op terug). Als het gaat om sociale prikkels, zorg er dan voor dat je je goed voorbereid op situaties waarin je sociaal bezig moet, bijvoorbeeld door vooraf te rusten, door de situatie zo voorspelbaar mogelijk te maken (hoeveel mensen zullen er zijn, wie komen er precies?) of door met een vriend(in) af te spreken samen te gaan/blijven. Als het gaat om sensorisch prikkels kan het verstandig zijn om je zintuigen (deels) af te sluiten. Denk hierbij aan het gebruik van een zonnebril tegen fel licht of oordoppen tegen geluid.
  • Pijl gedurende de dag hoe het met je prikkelniveau staat. Zo merk je, met wat oefening, steeds sneller op als het even teveel wordt, zodat je niet plotseling overvallen wordt door overprikkeling. Zelf was ik me er lang niet van bewust dat overprikkeling opbouwt: het leek altijd uit het niets te komen. Door gedurende de dag steeds tussendoor even ‘in te checken’ heb ik dit steeds eerder leren herkennen. En dan? Dan kun je je tijdelijk terugtrekken, om weer wat te ontprikkelen. Dit duurt dan vaak veel korter dan nodig is wanneer je al helemaal overprikkeld bent. Je kunt bijvoorbeeld een ontspanningsoefening doen, een korte bodyscan, even op de wc gaan zitten of simpelweg even je ogen een paar minuten dichtdoen.
  • Pas je omgeving aan op je prikkelgevoeligheid. Heb je veel last van fel licht? Zorg voor donkere of verduisterende gordijnen. Last van geluiden? Zorg voor goede isolatie. Snel teveel visuele prikkels? Zorg dat er niet teveel decoratie om je heen staat of hangt. Uiteindelijk kun je natuurlijk niet de hele wereld aanpassen, maar bepaalde aanpassingen zijn wel degelijk mogelijk en zullen al veel kunnen helpen.

Hoe gaan jullie om met overprikkeling?

Continue Reading